De Moderne schoenmakerij, deel 2
Hoofdstukken: De voet die geschoeid moet worden (ontleedkunde voet/onderbeen, orthopedie, voettypen,maatnemen). De leest waarop de schoen gemaakt wordt. Patronen voor mannenschoenen (manskrijgbottines/Balmoral, mansknoopbottines, manselastiekbottines, Derby-bottines (met krans)). Patronen voor damesschoenen (vrouwenrijgbottines, damesknoopbottines, dames-Derby-bottines). Patronen voor lage schoenen (pumpschoen, pantoffel, rijgschoen (Moliere/Richelieu), Derby-schoen, riemschoenmodellen). Laarspatronen (rijlaars met ingestikte geer (rosette), Russische laarzen, motorlaars (rijglaars)). Grondpatronen volgens andere methodes ontworpen. Modelleren van patronen. Het maken van seriepatronen. Het maken van seriepatronen op de gradeermachine. Van ruwe huid tot leder (bestemming, samenstelling en verdeling, herkomst, bewaren, factoren die de hoedanigheid der huid bepalen, looistoffen). Zoolleder (looien, beoordeling, uitterlijke/innerlijke waardefactoren, inkoop, uitsnijden). Bovenleder (looien, beoordelen, typen afgewerkt bovenleer, inkoop, uitsnijden). Weefsels in de schoenmakerij (grondstoffen en hun bewerking, typen, uitsnijden). Kostprijsberekening. Schoenonderwerk (gereedmaken onderleer, oppinnen, gereedmaken randen, bevestiging bovenleder op binnenzool, opvullen, zetten buitenzolen, bevestiging buiten zolen, zetten hakken, afwerken, kleuren onderwerk, oppoetsen onderwerk, houten hakken, dubbele zolen, kurkrand/kurk, twee liksels, gekeerd werk). Schoenerstellingen (hak, zool, zetten nieuwe voorbladen, zetten lapjes, vernieuwen spoorleders/achtervoering lage schoenen).